2014-11-07

Eindhoven 2050: Studies voor de duurzame stad

Anton Philips (1874-1951): ‘Een leefomgeving moet gezond zijn voor de fabrieksarbeiders. Dat is prettig voor hen, en goed voor de fabriek, want gezonde arbeiders zijn productiever.’

‘A healthy city is one that is continually creating and improving those physical and social environments and expanding those community resources which enable people to mutually support each other in performing all the functions of life and developing to their maximum potential.’ [WHO: Health Promotion Glossary (1998)]

Eindhoven Philipsstad

Het is opmerkelijk te constateren dat de uit de vorige eeuw stammende uitspraak van Anton Philips in hoge mate overeenstemt met de WHO definitie van gezonde verstedelijking. Philips, als voorbeeld van een vroeg twintigste-eeuwse verlichte industrieel definieert de agenda van zijn bedrijf zodanig dat het welzijn van de werknemers in hoge mate met de arbeidsproductiviteit en dus het succes van het bedrijf samenhangt. De betrokkenheid van Philips in Eindhoven is een sprekend voorbeeld van hoe een private actor – in dit geval een multinational – een belangrijke factor kan zijn in het welzijn en het welvaren van een hele stedelijke regio. Philips stichtte scholen, sportcomplexen en voor die tijd voorbeeldige fabrieken, en speelde een belangrijke rol in het ondersteunen van sociale cohesie. Tot op de dag van vandaag stimuleert Philips talentontwikkeling door middel van sport- en culturele faciliteiten en studiebeurzen voor kinderen van werknemers. Philips schonk Eindhoven groei, innovatie en werkgelegenheid en onder haar stuwende economische kracht kwam de stad tot wasdom. Echter Philips heeft Eindhoven ook geleerd dat zelfs een in de regio verankerde speler onder invloed van globalisering gedwongen wordt om keuzes te maken die negatief zijn voor de (economische) vitaliteit van de thuisstad. Sinds de jaren 80 is gaandeweg een groot deel van de productie verplaatst naar lage lonen landen, eerst nog in nabij gelegen Europese landen, maar al snel daarna naar andere werelddelen. Andere factoren resulteerden vervolgens in het verplaatsen van het hoofdkantoor naar Amsterdam en het afstoten van hele divisies. Ondanks de succesvolle doorstart van het NatLab in de huidige HighTech Campus geeft dit verhaal aan dat een stad kwetsbaar is als het haar kaarten zet op een of enkele dominante private actoren. Duurzamer is te focussen op die kwaliteiten die het vestigings- en leefklimaat van de stad beïnvloeden. In de geglobaliseerde wereld is de werkplek flexibel geworden en is het uiteindelijk de mogelijkheid tot een gezonde, veilige en voorspoedige manier van leven die een belangrijke factor vormt in de keuze voor de vestigingslocatie van bedrijven én individuen.

Innovatie en Eindhoven

Eindhoven wordt wel geprezen als meest innovatieve stad in de wereld, met bijna 3 keer zoveel patenten per inwoner als de tweede innovatieve plaats (sillicon valley). Maar hoe kan innovatie helpen om ook stedenbouwkundig vooruitgang te behalen in deze bescheiden stad? Steden zoals Amsterdam, Parijs en Barcelona worden gezien als prachtige steden als vakantiebestemming, aangename plekken om in te werken en te leven. Hoe kan Eindhoven, als een van origine onaantrekkelijke stad, veranderen in een stad die onder de voorspoed van technologie en design de toekomstige generaties aan zich kan binden? We leven in een tijd van radicale verschuivingen op het gebied van klimaat, technologie en economie. Binnen het project ‘Eindhoven 2050’ hebben we ons zelf de uitdaging gesteld om gezamenlijk met de Gemeente Eindhoven te onderzoeken hoe deze diepgaande veranderingen versterkt door een continue proces van voortgaande globalisering voor invloed heeft op de stad Eindhoven. Onze stelling hierbij is dat de grote hoeveelheid innovaties en uitvindingen welke dagelijks, wekelijks voortgebracht worden in deze stad, in de eerste instantie veelal puur technologisch zijn en niet ruimtelijk, maar dat deze uiteindelijk, altijd een ruimtelijke impact zullen krijgen.

Technologie, Ruimte en Stad

Een bekend voorbeeld van een technologische uitvinding met een enorme invloed op de vorm en impact op de stad is de uitvinding van het moderne liftmechanisme door Elisha Otis, in 1852. Voordat liften betrouwbaar konden worden ingezet voor het verticaal transporteren van goederen en personen waren alle steden in essentie platte koeken, met gebouwen van maximaal 6 a 8 bouwlagen en gemiddeld een bouwlaag of 3 a 4. De lift heeft gebouw typologieën als de wolkenkrabber voortgebracht die er nog niet waren en die nu zo wijdverbreid zijn dat we ze bijna samenvallen met de notie van ‘stad’. Een meer recent voorbeeld is de uitvinding en massale verspreiding van de mobiele telefoon en de smartphone. Deze technologische uitvindingen hebben een grote impact gehad op ons gebruik van de stad. We zijn nooit meer alleen en lopen niet meer verloren: we zijn permanent bereikbaar voor vrienden en collega’s en we hebben altijd toegang tot een ongelofelijke hoeveelheid informatie via het internet. Deze combinatie van ‘ontwrichtende innovatie’ (disruptive innovation) en de democratisering van technologie (in de betekenis van massale beschikbaarheid) is een belangrijke bijdrage in het uiteenvallen van ‘het kantoor’ en tot het herdefiniëren van werk in het algemeen (wat is nog de betekenis van een werkdag voor altijd bereikbare en internationaal opererende kenniswerkers?). Auto-gerelateerde mobiliteit is een derde voorbeeld met een niet te overschatten en tegenwoordig steeds meer als negatief te bestempelen invloed op de stad. Waar de toegang tot individuele (auto)mobiliteit in de begindagen een zelfde louter positieve democratiserende invloed had op het leven van (gewone) mensen, en de bereikbaarheid van talloze plekken ongekend toenam, zien we nu dat de kwaliteit van onze leefomgeving door al die auto’s eerder af, dan toeneemt (luchtkwaliteit, congestie, lawaai, kosten etc.). De ontwikkeling van schone, stille en zelfrijdende voertuigen kan wellicht veel van die negatieve aspecten alsnog elimineren. In elk geval heeft een dergelijke toepassing bijzonder interessante ruimtelijke implicaties. Talloze andere voorbeelden zijn te geven van de gecombineerde effecten van technologische innovatie en de democratisering of decentralisering van technologie. De opkomst van de 3D print-technologie zou ons hele industriële paradigma kunnen omverwerpen, met ongekende en ook ruimtelijke gevolgen. Waarom nog centraal, grote hoeveelheden produceren en deze vervolgens over de hele wereld distribueren, als de productie ook extreem lokaal kan worden gedaan, en in een extreme vorm van mass customization? Bedenk wat voor consequenties dat zou kunnen hebben voor het logistieke netwerk in de wereld, van havens tot snelwegen en spoorlijnen.

Ontwerpen aan de toekomst?

Bovenstaande korte opsomming geeft al aan dat elk van deze ontwikkelingen afzonderlijk al een zeer grote invloed hebben op ons leven, onze economie en onze steden. Het gecombineerde effect is bijna niet meer te overzien en zal zo is onze stelling een fundamentele impact hebben op het gebruik en de vorm van de stad. De vraag welke we ons vervolgens zelf stelde is: ‘maar hoe kun je ontwerpen aan de duurzame toekomst van de stad? Het is ongeloofwaardig om te veronderstellen dat de samenleving en haar ruimtelijke contramal in de vorm van de stad over 35 jaar een directe maar vergrote afspiegeling zullen zijn van de huidige situatie. Ook is het opportunistisch te veronderstellen dat we weten welke technologie gaat zorgen of welke technologieën er nog ontwikkeld gaan worden, tien, twintig of dertig jaar na nu. Wat is het belang voor een toekomstgericht ontwerpend onderzoek als die toekomst wezenlijk niet vooraf gekend kan worden? Wat is het nut van het ontwerpen van voorstellen die vrijwel zeker nooit (in letterlijkheid) gerealiseerd zullen worden?

Studie Eindhoven 2050

De doelstelling welke we tezamen met de Gemeente formuleerde voor het project ‘Eindhoven 2050’ was niet om een toekomstvoorspelling te doen, maar om voor enkele fundamentele domeinen ambities te verkennen om vervolgens – vanuit de toekomst geredeneerd - ‘met terugwerkende kracht’ een strategische ruimtelijke agenda te formuleren. Een agenda welke het handelen vanaf vandaag kan sturen in het belang van de kwaliteiten welke we in de toekomst willen zien ontstaan. Nadat we per domein de ambities hadden verkend en geformuleerd, is er via een methode van scenario denken en ontwerpend onderzoek een ‘stip op de horizon’ geplaatst. Door het maken van een ontwerp (de creatie van een project) hebben we geprobeerd inzichtelijk en beschrijvend te maken hoe brede allianties van initiatiefnemers, uitvoerders, wetgevers, financiers en gebruikers het doel kunnen bereiken, en welke handelingen daarvoor benodigd zijn. Een voorbeeld uit onze studie is het onderzoek naar innovaties op het gebied van mobiliteit. Uit onderzoek blijkt dat in het meest gunstige geval een intelligent systeem van schone, gedeelde en voortdurend rijdende voertuigen zou kunnen leiden tot een reductie van het aantal benodigde voertuigen met 80%. Indien er slechts 20% van het aantal voertuigen resteert en deze voertuigen door middel van technologie ook nog eens voortdurend met elkaar in verbinding staan en hun omgeving met sensoren voortdurend scannen, dan is er revolutionair minder weg- en parkeercapaciteit benodigd voor het leveren van dezelfde ‘mobiliteitsprestatie’. Deze verwachtte radicale besparing in vierkante meters levert voor de gemeente een even zo enorme besparing op in onderhoudskosten. Deze ruimtelijke en economische winst kan worden verzilverd door het herinrichten en herontwerpen van het gehele wegennetwerk van een regio. Kleinere straten kunnen veelal volledig van hun mobiliteitsfunctie worden ontdaan en worden ‘teruggegeven’ aan andere categorieën gebruikers en de ruimte kan worden gebruikt voor andere functies en derhalve bijdragen aan het bereiken van de ambities uit aanpalende domeinen (groen, wonen, luchtkwaliteit etc.). Dit is een relatief eenvoudig voorbeeld van revolutionaire en veelal onvoorziene (koppel)kansen die kunnen ontstaan door op zichzelf volledig los van de ruimtelijke ordening ontwikkelde innovaties. De complexiteit van dergelijke denkmodellen loopt snel op indien meerdere of zelfs alle relevante domeinen voor gezonde verstedelijking worden meegenomen in de analyse. In een uitvoeringsfase neemt die complexiteit nog toe als ook juridische, sociale en economische aspecten een soms dominante invloed zullen krijgen.

Actoren

Doordat de door ons geschetste toekomstige situatie zelf geen ruimtelijk gefixeerd beeld is maar een middels ontwerpend onderzoek gevisualiseerde ambitie kan van daaruit gedacht worden in termen van gedeelde agenda’s en gedeelde waarden. Vanuit de actor-network theorie (ANT) weten we dat actoren in het ruimtelijke domein vrijwel altijd gedreven worden door hun eigen belangen. Door te sturen op die belangen – en niet op een ruimtelijk (eind)beeld, wat ontwerpers veelal doen – is het resultaat niet vooraf gegeven en is er voor de projectteams nog volop ruimte om te komen met alternatieve oplossingen. Zolang ook deze maar beantwoorden aan dezelfde of eventueel een nieuw geformuleerde gemeenschappelijke agenda, zullen alle betrokkenen zich inspannen voor het verkrijgen van resultaat, dat immers ook en met name hun eigen belangen dient. Dit lijkt wellicht een cynische kijk op de werkelijkheid, maar het getuigt naar onze mening eerder van realiteitszin en geloof in de kracht van processen die gedreven woorden door intrinsieke waarden.

Wat doen we morgen?

Om een vervolg te geven aan onze nog enigszins vrijblijvende studies hebben we aan het slot van ons traject voor de Gemeente Eindhoven twee pilotprojecten geformuleerd. Deze projecten helpen bij het aanscherpen, verdiepen en dichterbij brengen van het Eindhoven waarvan wij de inspirerende contouren hebben geschetst. In de projecten komen een of meerdere strategische ontwikkelingen bij elkaar die vragen om een ruimtelijke vertaling (een ontwerp) en een plan van aanpak (actoren).

Een voorbeeld van een pilootproject is de transformatie van het Centraal Station tot Central District en nieuwe identiteitsdrager van Eindhoven. Het station is in de toekomst nog steeds een belangrijke plek in de stad maar het middels ‘stenen’ vormgeven van deze positie lijkt een achterhaald idee. Het station is een efficiënte overstapmachine, maar behoeft niet langer een icoon te zijn van een in wezen negentiende-eeuwse technologie. De rol van visitekaartje ‘Eindhoven stad van design, licht en innovatie’ van de stad blijft maar het zou om een geheel andere manier deze boodschap kunnen uitdragen. Een ander en minder monumentaal idee is het experimenteren met het concept van de citizen streets. Zoals eerder gemeld verwachten wij een grote ruimtelijke impact van de technologische ontwikkelingen op het gebied van zelfsturende auto’s die via internet en sensoren met elkaar en met de omgeving communiceren. Op termijn kan het gehele wegennetwerk worden herzien, waarbij een grote stap zal zijn het uit het netwerk halen van grote hoeveelheden straten die hun mobiliteitsfunctie verliezen. Het teruggeven van de straat aan de bewoners biedt onvoorziene kansen voor het verhogen van de leefkwaliteit in de oude buurten. Hoe kan de vrijkomende ruimte op een zinnige wijze aan de gemeenschap worden teruggegeven? Wat is het nieuwe verdienmodel? De stad hoeft immers niet langer dergelijke straten te onderhouden als verkeersruimte. Wellicht nemen bewoners de grond over, of kunnen andere vormen worden bedacht om gezamenlijk bij te dragen aan inhoudelijke ambities van de stad. De onlangs door minister Schulz aangekondigde experimenteerruimte voor het testen van zelfrijdende auto’s op het Nederlandse wegennet biedt een geweldige kans voor Eindhoven - als kenniscentrum voor de Automotive industrie - om zich aan te melden als pilootproject. Beide projecten zijn een voorbeeld van een concrete opgave welke we morgen operable kunnen gaan maken. Belangrijk is dat het bij deze pilotprojecten niet om het project an sich gaat, maar juist ook om het bij elkaar brengen van nieuwe stakeholders komend van verschillende achtergronden en disciplines.

Eerste conclusie

Wat het project Eindhoven 2050 ons leert is dat ontwerpend onderzoek in combinatie met sociaal-maatschappelijke en economische verkenningen een belangrijke ‘tool’ is om de stad van de toekomst middels nieuwe allianties in een proces van co-creatie te ontwikkelen. De toekomst is zojuist begonnen.