2015-06-28

Grondstoffenfabriek

De vraag van de gemeente Rotterdam is het ruimtelijk onderzoeken van de implicaties van een betere omgang met de overlast van hemelwater en de mogelijkheid van nutriëntenterugwinning als economisch verdienmodel. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de verbetering van de afvalwaterketen, maar de ruimtelijke implicaties van bijvoorbeeld het afkoppelen of decentraliseren van systemen zijn nog nauwelijks geduid. Bovendien is –in Rotterdam- het rioleringssysteem aan vervanging toe. Daarvoor is nauwelijks geld. De vraag is hoe de vervangingsoperatie bijdraagt aan een circulaire stad, op een intelligentere manier investerin¬gen plant en alternatieven genereert voor ruimtelijke kwaliteit. Kunnen wij onze afvalwaterketen inzetten als grondstoffenfabriek voor een circulaire economie? Is het mogelijk om stedelijke ontwikkeling en circulaire economie steviger op elkaar te betrekken? Binnen dit atelier worden mogelijke antwoorden op deze vragen analyserend en ontwerpend verkend.

De grondstoffenfabriek

Doel van de opgave is ruimtelijke inzichten te genereren in een generiek (klimaatadaptie) en tevens locatie specifiek, Rotterdams vraagstuk. In de aanpak is het bestaande onderscheid tussen ondergronds- en bovengronds gedefinieerde systemen opgeheven en zijn de mogelijkheden van de grondstoffenfabriek integraal onderzocht. In een viertal stappen, waaronder een intensieve kick-off sessie, een werkbezoek aan AWZI-Dokhaven en een masterclass scenario ontwerpen hebben de studenten de materie eigen gemaakt en ruimtelijke ontwerpvoorstellen gegenereerd.

De studio van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst richt zich op de twee hiervoor beschreven denkrichtingen en ontwikkelt vijf aanpakken, die ruimtelijke voorstellen doen op de schaal van de stad, wijk en buurt en het huishouden. Het bestaande, modernistische onderscheid tussen ingenieurswerk en ontwerpdiscipline werd opgeheven. De opgave is enerzijds benaderd vanuit haar fysieke infrastructuur waarbij de vervanging van het rioolsysteem wordt ingezet als planningsinstrument voor de stad of de herontwikkeling van delen daarvan. Anderzijds is de opgave benaderd vanuit de (onzichtbare) materie zelf, waarbij de grondstoffen zelf aanleiding zijn voor locatie specifieke herontwikkeling van publieke ruimte of geven een impuls aan de sociaaleconomische structuur van een buurt.

Stad: Rioolperspectief

In het rioolperspectief is het riool als sturend mechanisme van stadsplanning in gezet voor stedelijke herontwikkelingsopgaven. De herziening van de rioolvervangingsopgave leidt tot het afkoppelen van het regenwater van het rioolsysteem en gecombineerd hergebruik van afvalproducten. Het voorstel bestaat uit het afkoppelen van 1100 km riool en de aanleg van een fijnstofsingel als hemelwaterberging rond de stad ter plaatse van de ring. In het centrale systeem (binnen de ring) staat het hergebruik van grondstoffen centraal en de verbinding met gft – als energie en warmte centrale op een centrale, gecombineerde plek als krachtcentrale van Rotterdam. Voor het decentrale systeem is een naoorlogse wijk nader uitgewerkt op basis van gescheiden systeemprincipes: water voedsel, energie, afval als hoekstenen van de tuinstad.

Wijk: Sociaal-cultureel hart

Het waterzuiveringsproces als een zelfvoorzienend systeem is ingezet als sociaal cultureel hart van de Tarwewijk. Zij speelt in op de multiculturele samenstelling van de wijk, door bij te dragen aan een groter zelfbewustzijn van verantwoordelijkheden ten aanzien van waterconsumptie; in haar uitwerking creëert zij een nieuwe drager voor sociaal-ruimtelijke ontwikkeling. De zuivering van afwater middels een hydroponics systeem, de verwerking van het slib (mest) en de irrigatie dan wel het beheer van tuinen behoren tot dagelijks verantwoordelijkheden van de buurtonderneming– de reukvrije kas zelf wordt gebruikt voor buurtactiviteiten als educatie, wijkkeuken enzovoorts. Producten worden ingezet voor de irrigatie en bemesting van de openbare ruimte. De compositie van de wijk met haar uitgesproken architectuur van bijzondere gebouwen (Van der Steur) wordt met de komst van de kas en de herinrichting van de openbare ruimte benadrukt.

Buurt: Super Natuurlijk (Rotterdam Natuurlijk)

Een natuurlijke afvalwaterzuivering vraagt normaliter veel oppervlak. Binnen de stedelijke context wordt slim ingespeeld op de huidige Rotterdamse leegstand van kantoorgebouwen om zo te kunnen voorzien in de benodigde oppervlakte per inwoner om een natuurlijk waterzuiveringssysteem binnen het gebouwd oppervlak te realiseren. Er is een ruimtelijk voorstel gemaakt voor de herontwikkeling van een deel van de Marconitorens als waterzuiveringssysteem (70%: van gemengd naar gefilterd water) en het nazuiveren in de omgeving M4H (naar 100% gezuiverd) als landschapspark. Dit zuiveringspark wordt beschouwd als inzet voor de toekomstige gebiedsontwikkelingen.

Straat: De typologie van de wooneenheid als transformatieopgave

Op de schaal van huishouden en woningtypologie is de waterreiniging ruimtelijk uitgewerkt voor een rijtjeswoning, een gesloten bouwblok en een galerijflat. De gescheiden systemen leiden tot vernieuwende woontypologieën – waarbij de urine als kostbare grondstof wordt afgezet aan het Westland, fecaliën worden afgevoerd, grijs water op het kavel, dan wel binnen het blok wordt gezuiverd en hergebruikt.

De verscheidenheid aan oplossingen laat een breed palet aan invalshoeken zien die qua schaal en systeem aanvullend op elkaar zijn. Het ontwerpend onderzoek bevraagd de kritische schaal van (afval)waterzuivering en de terugwinning van grondstoffen in de stad door deze op verschillende schaalniveaus ruimtelijk te testen (individuele woningen tot stad als geheel). Er ontstaan nieuwe ruimtelijk typologieën door uit te gaan van het systeem van stromen en hun infrastructuren in plaats van ontwikkellocaties als uitgangspunt te nemen. Bovendien geeft de studio geeft ook inzicht hoe ruimtelijke ordening een rol kan spelen in de financiële planning van de stad, door na te denken over het faseren en temporiseren van investeringen voor de ingrepen, dan wel vervanging van grootschalige infrastructuur en de omgang met klimaatveranderingen. Het totaal levert een overzicht aan mogelijkheden op en inspiratie voor de betrokken partijen (23 juni 2015). Daarbij wordt aangetekend dat “duurzame sanitatie vaak hybride systemen zijn, waarin een brede samenwerking zal (moeten) worden gezocht – met name in de grote steden - waarbij ook particulieren bijdragen aan het publieke en omgekeerd”. De opgave is niet een verantwoordelijkheid van gemeente of waterschappen alleen, ook private partijen zullen daar in de toekomst een bijdrage aan kunnen leveren – de opgave beperkt zich ook niet tot het publieke domein alleen maar speelt zich ook af in de private ruimte.

credits

Opleiding Rotterdamse Academie van Bouwkunst – Hogeschool Rotterdam Jaar: 2014-2015 Waar: Rotterdam, Nederland Onderzoeker: Willemijn Lofvers Studenten: Wander Hendriks, Nicky van der Kooij, Cécilia Miedema, Bram van Ooijen, Emma Westerduin Docent: Florian Boer, De Urbanisten
, Willemijn Lofvers Verder betrokkenen bij het onderwijs: Steven Delva (Delva Landscape Architects), Bas van Eijk (rinew/Evides), Charlotte van Erp en Stefan Geilvoet (Transitie afvalwater naar grondstof), Eric Frijters (fur), Fransje Hooimeijer (TU Delft), Christian Salewski (eth Zürich), Wouter Veldhuis (RAvB / must Stedenbouw), Loes van der Linden (gemeente Rotterdam), Andre Rodenburg (Interdelta), Jaap de Ron (Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard), Wolbert van Dijk (Urban and Landscape Design), David Dooghe (Vereniging Deltametropool), Marieke Kums (fur), Chris van Langen (RAvB), Dirk van Peijpe (De Urbanisten), Margit Schuster (RAvB) Opdrachtgever: gemeente Rotterdam John Jacobs (watermanagement) en Sander Klaassen (ruimte en wonen)

beeld

reorganisatie van het rijtjeshuis (emma westerduin)

beeld

(bram van ooijen)

beeld

(bram van ooijen)

beeld

(wander hendriks)

beeld

Tarwewater, hart van de wijk (Cecilia miedema)