2018-09-12

‘Zo gaat dat’ – Carel Weeber in De Peperklip

Afgelopen jaar stortten studenten van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst zich voor een FUR-studio op en in het gebouw De Peperklip in Feijenoord. Tijdens de studio ‘Stemmen van de Peperklip’ richtten ze hun ontwerpend onderzoek op het geven van een stem aan de lokale gemeenschap als onderdeel van het veerkrachtig systeem en het toekomstbestendig maken van gebouw en gemeenschap. De studenten zijn op zoek gegaan naar strategieën en ruimtelijke ingrepen die lokale betrokkenheid stimuleren. Ook zijn de kansen voor sociaaleconomische transformaties en innovaties verkend. Daarmee lag het accent op de sociale kant van het stedelijke metabolisme. De presentatie van de studioresultaten worden op 18 september gepresenteerd. Op 25 mei bezocht de architect van het gebouw, Carel Weeber, de studio. Architectuurhistorica en FUR-onderzoeker Catja Edens schreef een verslag van zijn bezoek.


Een zonnige ochtend op De Peperklip, Rotterdam Zuid, 25 mei 2018. De Rotterdamse studenten van FUR Studio De Peperklip werken sinds enkele maanden aan, met en in dit gebouw. Wat zijn de toekomstperspectieven voor dit iconische woongebouw in de wijk Feijenoord? Welke krachten gaan hier schuil in de gemeenschap, de omgeving en de betrokkenen om te werken aan de toekomst? Het hoofdkwartier wordt gevormd door het appartement aan de Pincoffstraat 1. Van hieruit werken de studenten al het hele semester aan hun onderzoek. Enkelen van hen zijn zelfs ingetrokken. Embedded design vanuit De Peperklip.

Het appartement is geboend en geveegd, er is lunch besteld en er zijn extra stoelen gehuurd. De studio verwacht een bijzondere gast: de legendarische Carel Weeber, architect van de Peperklip, komt langs. Het programma voor deze ochtend is ontspannen. Weeber zal zelf vertellen, de studenten zullen hem vragen kunnen stellen. Aansluitend zal er worden er geluncht en hopelijk blijft er daarna nog wat tijd over voor een wandeling door het complex.

Maar om elf uur is Weeber nog niet gearriveerd, en ook om kwart over elf is hij er nog altijd niet. Iemand maakt op de fiets een rondje om het gebouw. Misschien staat hij op een andere plek? Er wordt gebeld naar zijn mobiele telefoon, maar hij neemt niet op. Er is contact met zijn dochter in Rotterdam, maar ook zij weet van niets. Misschien heeft de architect zich in de dag vergist?

Rond half twaalf neemt iedereen de trap naar het appartement dat voor de gelegenheid is ingericht als miniauditorium. Op de bank waar Carel Weeber naast docent Willemijn Lofvers zou plaatsnemen, bevestigt iemand met plakband een kopie van een oude foto: een jonge Weeber met lange donkere krullen joviaal poserend in de zon. Willemijn Lofvers gaat zitten en begint: ‘Mensen, het lijkt erop dat we het vandaag zullen moeten doen met deze foto als placeholder. Carel Weeber is er niet en we kunnen hem ook niet bereiken…’

In de korte stilte die hierop volgt, klinkt het opeens van buiten: ‘Hallo!’ Als één man draaien alle aanwezigen zich naar het raam. En daar staat hij, beneden op de stoep, ontspannen en met een vriendelijke grijns op zijn gezicht, als geen ander op zijn plek hier. ‘Ik hoorde mijn naam dus ik dacht, hier moet het zijn. Ik ben toch niet te laat?’

Weeber deelt met plezier zijn verhalen en inzichten. Vanaf de bank vertelt hij over de ontstaansgeschiedenis van De Peperklip, ooit begonnen als bijverschijnsel van een centrum voor gelegaliseerde prostitutie dat de gemeente Rotterdam hier eind jaren zeventig gepland had. De studenten zitten te klapperen met hun oren. Het was de woningbouw van Weeber die dit deel van Rotterdam tot een ‘normaal’ stukje stad maken. Weeber paste zijn gebouw in de omgeving in, zonder moeilijk te doen en zonder pretenties. De prefabpanelen refereren aan de voormalige buren van het gebouw, de havenbedrijven met containeropslag. De plattegrond van het complex volgt de contouren van het beschikbare perceel. De gevels zijn zoveel mogelijk dicht gehouden op plekken waar geluidsoverlast dreigde, zoals ter hoogte van het voormalige treintracé dat inmiddels ondergronds ligt. Binnenin De Peperklip ligt een beschutte, groene ruimte die tot op de dag vandaag veel gebruikt wordt als speelruimte voor kinderen in de buurt, vertellen enkele studenten.

De naam Peperklip komt van iemand op zijn bureau die Weeber vroeg waarom hij een paperclip tekende. De associatie met de toenmalige burgemeester van Rotterdam, Bram Peper, was snel gelegd. De geschiedenis van de invoer van specerijen en pepers met zeilboten (klippers) naar de haven van Rotterdam vanuit ‘de Oost’ en ‘de West’ (waar Weeber zelf vandaan komt), maakte het verhaal compleet.

Wat kan er met dit gebouw? Daarover is Weeber heel ontspannen. ‘Het is woningbouw dus het is van de mensen die hier wonen.’ De kleuren van de prefabgevelplaten ziet hij het liefst behouden, maar de loggia’s zouden beter ‘quasi loggia’s’ kunnen worden zodat ze ’s winters als serre en zomers als loggia kunnen worden gebruikt. De nieuwe voorzieningen in de plint juicht hij ook toe, het past bij de veranderde context van De Peperklip die inmiddels geen geïsoleerde woonenclave in het havengebied meer is.

Als we de galerij oplopen om foto’s te maken, zien we hem een praatje aanknopen met een paar bewoners. Ze lachen en praten. De bewoonster vraagt Weeber met haar te poseren, hij slaat met een brede glimlach zijn arm om haar schouder. ‘Het zijn Surinamers’ vertelt hij later. ‘Ik kom natuurlijk zelf van de Antillen, dus dat zit dan meteen goed. Ze wonen hier al 32 jaar en hebben het nog steeds naar hun zin. Ze willen hier nooit meer weg.’ Hij lacht, ‘zo gaat dat.’

Tekst: Catja Edens
Foto: Frank Hanswijk

beeld

De entree van Carel Weeber, architect van De Peperklip