2014-08-01

‘Zoeken naar een nieuwe manier van ordenen'

Er is bij lokale en regionale stakeholders een groeiende behoefte aan kennis en beelden van de ruimtelijke implicaties, kansen en opgaven, die volgen uit de energietransitie. In een reeks Energietransitie Studio’s in Groningen onderzoeken masterstudenten op ontwerpende wijze de ruimtelijke betekenis van de regionale energietransitie. Stakeholders zijn betrokken. De analyse van de opgave vindt plaats vanuit het perspectief van de stofwisseling van de stad, de (im)materiële stromen en de bijbehorende infrastructuur van die stromen. Deze benaderingswijze is nog niet wijd verspreid. ‘Wat houdt energietransitie in, wat zijn de gevolgen voor ons alledaagse leven en wat is de ruimtelijke impact daarvan?’. ‘Hoe laat de energietransitie zich vertalen naar verschillende schaalniveaus?’. ‘Hoe kunnen we een wijk, of zelfs een heel dorp mobiliseren om actief bij te dragen aan energietransitie?’. Deze vragen spelen een centrale rol. De eerste resultaten laten zich lezen als een portfolio of opportunity’s (Pauli 2011).

Het ontwerpend onderzoek kent vier fasen. Eerst intensieve workshops door Jan Jongert en energie-experts. Zij gaan in op het stedelijk metabolisme en energiesystemen. Dan volgt het in kaart brengen van de regionale energie-infrastructuur en vervolgens het ontwikkelen van scenario’s van mogelijke, wenselijke en voorstelbare oplossingen (Salewski, 2011). Het interveniëren in het energiesysteem resulteert in nieuwe ruimtelijke expressies van de stad. De uitwerkingen op verschillende locaties op de schaalniveaus regio, stad en straat illustreren aan het eind van het proces wat een nu onzichtbare infrastructuur ruimtelijk kan betekenen. Er lijkt een lineair verband te bestaan tussen schaal en uitwerking. Hoe hoger het schaalniveau hoe minder concreet de energietransitie zich ruimtelijk laat uitwerken.

Uitwerkingen (drie voorbeelden)

Regio: Potentie van lokale coöperatieve samenwerking De energietransitie heeft sociaal-culturele, ecologische en economische componenten. Vanuit het oogpunt van energiebesparing kun je bijvoorbeeld nadenken over de hoeveelheid kilometers die je voedsel af laat leggen. Evenzeer kun je een koe beschouwen als bron van voedsel, maar ook als bron van warmte. De interactie tussen de lokale agrarische sector en Zuidhorn en bijbehorende energie-, water, voedsel-, afval- en transportketens is de inzet van een nieuwe ruimtelijke ordening. Het project ‘Ecowierde’ verbindt boeren en dorp. De gemeente wil bewoners in beweging krijgen rond het thema duurzaamheid. De boeren willen bijdragen aan een duurzame lokale productie, mits coöperatief, want alleen bij een goede samenwerking ontstaat een maat en schaal, die transformatie van het bestaande systeem voor de boeren economisch aantrekkelijk maakt. De huidige ketens maken export van de regionale producten economisch aantrekkelijker en werkt complexe (op fossiele energie gebaseerde) transport- en handelssystemen in de hand. Herorganisatie van het agrarische systeem en de stromen van afval en energie van het dorp laten zich vertalen naar een ruimtelijk programmatische strategie: ruilverkaveling en schaalvergroting en een experimentele grootschalige duurzame Ecoboerderij. Restproducten uit het dorp en de agrarische bedrijfsvoering worden energiebronnen. Koeien worden naast voedsel- tevens warmtebronnen. Er ontstaat een regionaal ontwikkelingsperspectief: Reductie van het gebruik van fossiele brandstoffen, van opwekking van groene energie, voedselproductie. Samen een regionale circulaire economie.

Stad: Ingrijpen in de stroominfrastructuur Gesprekken met de stakeholders uit het gebied ‘Lageland’ leiden tot ontwerpend onderzoek naar de systeemrelaties tussen de stad Groningen en haar rioolwaterzuivering. Het ingrijpen begint met een bewustere omgang met schoon water in de stad. Minder te zuiveren water betekent een besparing van energie. Door kostbare grondstoffen, zoals fosfor te onttrekken aan het vuile water en door energie te winnen uit het slib leidt het voorstel tot minder energiegebruik, hernieuwbare energie, CO2 reductie, schone voedselproductie, het terugwinnen van grondstoffen en kostenbesparing. De systeeminterventie biedt letterlijk ruimte, want het zuiveringsproces kan compacter georganiseerd en biedt kansen voor nieuwe functies die als voorwaarde warmte en schoon water hebben. Het zuiveringsproces laat zich verbinden met voedselproductie, zwembaden, wellnessprogramma’s of bijvoorbeeld sport. De architectonische bewerking geeft nieuwe betekenis aan voorheen onzichtbare processen en nieuwe stedelijke programma’s.

Straat: Interveniëren in de dagelijkse routine In het project ‘Ecostation’ Zuidhorn wordt het lokaal geproduceerde voedsel van de ‘Ecowierde’ ruimtelijk verbonden met de dagelijkse reis- en inkooproutines van forenzen en treinreizigers in een ecowinkel. De plaatsing naast het gemeentehuis, in het stationsgebouw, spreekt het dorp aan, niet omdat het relateert aan een academische opgave, maar in relatie tot het gemak van het aanbod, de vraag waar voedsel vandaan komt en hoe het is geproduceerd. De kracht zit er in dat deze oplossing naast de deur ligt, ingrijpt in het dagelijkse ritme en comfort toevoegt. Het efficiënt verknopen van reizigers-, consumenten- en productiestromen bespaart veel energie aan transport van voedsel en mensen. Het voorstel heeft de gemeente ervan overtuigd dat er meer mogelijkheden zijn om lokaal boeren, ondernemers en bewoners in beweging te krijgen om duurzaam met en in elkaar te investeren. Ze wil ambitieuzer inzetten op duurzame doelstellingen en samenwerking.

Reflectie

Deze nieuwe manier van analyseren en ontwerpen beïnvloedt de betekenis van energie en ruimte op de schaal van de regio, stad en straat. Des te strategischer en systemischer het karakter van de analyses en voorstellen, des te complexer de ruimtelijk vertaling. De analyses en ontwerpvoorstellen zijn overtuigend, maken interventies voorstelbaar en bieden perspectief voor andere regio’s. De studio geeft antwoord op de vragen middels drie manieren van ordenen: het in beeld brengen van de potentie van lokale coöperatieve samenwerking aan stroominfrastructuur, het ingrijpen en optimaliseren van stroominfrastructuur en het interveniëren in de dagelijkse routines en de achterliggende zichtbare en onzichtbare stroominfrastructuur. Ze biedt tevens inzicht in andere krachten: De relaties en samenwerking tussen stakeholders, (over)complexe ketens van transport en voedsel, het uitwisselen en productief maken van restproducten, de potentie van zichtbare knooppunten in energiesystemen. Het zijn krachten die leiden tot nieuwe ontwikkelings- en handelingsperspectieven.

Waar stakeholders onbevangen waren is nu interesse en betrokkenheid ontstaan, waar zij vastliepen zien zij nieuwe mogelijkheden. De stedenbouwkundig supervisor van de gemeente bevestigt een stap verder te zijn in zijn proces: “Wat het leert is dat het interessant is om na te denken over nieuwe manieren van structurerende ordening”. De oplossingen raken volgens hem tevens een andere waardestelling. ‘Het geeft plezier als het gemak of comfort oplevert, je er ook gezonder door kunt leven, je kunt zien en begrijpen hoe je kunt bijdragen aan een gezondere wereld en er zelfs geld mee kunt verdienen’. De vervolgvraag zou daarmee kunnen zijn: op welke wijze en op welk schaalniveau kunnen verschillende stakeholders middels optimalisatie van de stroominfrastructuur, ruimtelijk, economisch, sociaal en programmatisch bijdragen aan de gewenste verbetering van stad en land, zodat regio, stad en dorpen profiteren van een betere performance?

credits

Het lectoraat Future Urban Regions, de Academie van Bouwkunst Groningen, de gemeente Groningen, provincie Groningen, regio Groningen-Assen en de Hanzehogeschool zijn voor deze studio een samenwerkingsverband aan gegaan. In dit Atelier komen twee onderzoekslijnen bijeen: het onderzoek naar bottom-up energie-initiatieven van het Kenniscentrum NoorderRuimte en het onderzoek naar gezonde lokale en regionale verstedelijking van het Lectoraat FUR. Voor dit artikel ligt de focus op de bijdrage van het lectoraat FUR.

Dit artikel is geschreven in het kader van het onderzoek naar gezonde verstedelijking van het Lectoraat FUR Future Urban Regions in Groningen en naar aanleiding van het semester energietransitie 2013 aan de Academie van Bouwkunst Groningen.

Bronnen Pauli, G., The blue economy, 2011 Salewski, Chr., Dutch new worlds, 2011

beeld

• Interactie tussen Ecostation en Ecowierde

beeld

Analyse en perspectief Rioolwaterzuivering

beeld

Ecowierde in het landschap, een wenkend perspectief

beeld