2019-02-22

Op ontdekkingstocht door Zeeland

In alle vroegte druppelen de eerste studenten op een kraakheldere vrijdagochtend de tourbus in bij het Barbizon Palace Hotel tegenover Amsterdam Centraal Station. Een tweede groep sluit zich aan in Rotterdam. Om half tien trekt een volle bus via vakantienederzetting Port Zélande, meer villawijk dan vakantiepark, richting Neeltje Jans, het kroonstuk op de Deltawerken. De studenten wandelen door een gefabriceerd natuurlandschap, een contradictie, maar één die zich hier onontkoombaar opdringt. De horizon wordt getekend door vredig draaiende windmolens en tegen de kade groeit het zeewier op. Verderop zijn de contouren te zien van de mossel- en oesterkweek. Na een korte wandeling worden de eerste boluskoeken en verse visjes gretig naar binnen gewerkt. Op naar Middelburg.


Het provinciehuis heeft intrek genomen in de voormalige abdij, ooit op de katholieken veroverd door Willem van Oranje, die hier triomferend met zijn koets over het weidse plein en door de kloostergangen trok. Hier sluipen de studenten langs de vergaderende gedeputeerden om in de Statenzaal te worden ontvangen door beleidsmedewerker en adviseur Arianne Westerweel en Mathieu van Woerkom, planoloog en namens de provincie verantwoordelijk ambtenaar voor de energietransitie in Zeeland.

Zeeuwse energie

In een uitgebreide presentatie over de RES (Regionale Energie Strategie) inventariseert Van Woerkom de doelstellingen van Zeeland en de stappen die gezet moeten worden om die te verwerkelijken. Dat zijn er een hoop. Zeeland heeft te maken met een relatief groot aandeel CO2-uitstotende en energieslurpende industrie. Zo is er een pittige invloed van de chemische industrie in de Zeeuwse haven, met productiebedrijven die technisch nog wel 50 jaar op de huidige voet door zouden kunnen, ware het niet dat dit in het licht van de noodzakelijke energietransitie zo onwenselijk is. Dat maakt de opgave hier enorm.

Ook bijzonder aan Zeeland is dat er kernenergie is. De kerncentrale in Borssele is goed voor 3 procent van de Nederlandse stroomvoorziening. Die capaciteit mag in principe uitgebreid worden met nog eens een centrale, wat ze in Zeeland een interessante, want CO2-vrije mogelijkheid vinden. Hoe reëel die optie werkelijk is, is niet helemaal te zeggen. Vooralsnog heeft niemand de businesscase rond gekregen. Dit los van het nog immer bestaande afvalprobleem. Een definitieve oplossing voor kernafval is immers nog steeds niet gevonden en de speculatie op zo’n oplossing heeft weinig grond.

Zon, wind en water

Landelijk is er veel interesse in de mogelijkheden van de productie van waterstof. Bij Sluiskil draait een centrale die veel waterstof produceert. Maar van Woerkom ziet waterstof vooralsnog bepaald niet als serieuze duurzame optie. Daarvoor moet het productieproces eerst vergroend worden. Momenteel vergt de productie in Sluiskil nog 4 miljoen ton CO2 aan verstookt gas. Daarmee is waterstof eerder exemplarisch voor het probleem dan dat het een oplossing is.

De echte vergroening zal van andere bronnen moeten komen, met name wind en zon. Wat dat laatste betreft doet Zeeland het relatief goed. Met 17 procent heeft de provincie het grootste aandeel huishoudens met zonnepanelen op het dak van Nederland. Een feit dat de provincie vermoedelijk te danken heeft aan het grote aandeel huizenbezit in grondgebonden bouw. Zeeland doet het sowieso goed qua zonne-energie. Industriegebied Borssele-Vlissingen huisvest het grootste zonnepark van Nederland. Het park krult zich rond het havengebied, maar nog niet op de daken. Voor dat laatste is de financiële prikkel te gering. De stroomprijs voor bedrijven is te laag om rendement te halen uit de aanleg. Subsidie moet helpen. Ook al omdat de provincie geen fan is van zonneparken en streeft naar zoveel mogelijk panelen op daken en zo min mogelijk in het landschap. Lastig.

CBK

Nadat de studenten afscheid hebben genomen van het provinciehuis en tijdens een rondrit zelf nog wat in de haven van Terneuzen hebben kunnen rondsnuffelen, keren ze terug in Middelburg om zich te begeven naar CBK Zeeland. Daar worden ze met drank en versnaperingen ontvangen door directeur Kathrin Ginsberg. Ook een aantal lokale architecten heeft zich voor de gelegenheid gemeld. Ginsberg presenteert het CBK-jaarprogramma pop down, melt up, dat zich richt op de ontmanteling van de kerncentrale en de kolencentrale bij Borssele en de ruimtelijke impact daarvan op Zeeland. Daarna lichten een aantal docenten in korte interviews de opgaven van de verschillende Zeeland-studio’s toe.

FUR-onderzoeker, hoofd stedenbouw van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst en Zeeuw Thijs van Spaandonk legt uit hoe hij tot de lijst opgaven kwam en waarom Zeeland een interessante regio is om als FUR te onderzoeken. Hij identificeerde een vijftal opgaven, die gezamenlijk in totaal tot zes studio’s zullen leiden, 3 in Amsterdam, 2 in Rotterdam en 1 in Groningen. Laatstgenoemde academie gaat zich vanaf maart onder leiding van Jan Willem Petersen bezighouden met de impact op Zeeland van de komst van een Marinekazerne. Andere opgaven gaan over de rol die tijdelijke bewoners van vakantieparken op de voorzieningen in de provincie hebben, over zorgmodellen, over het havengebied en de energiewinningslandschappen buiten de Zeeuwse kust.

Drie studio’s uitgelicht

Raul Correa-Smith vertelt hoe hij samen met zijn Amsterdamse studenten en co-docent Saline Verhoeven de momenteel nog zo op fossiele grondstoffen draaiende North Sea Port onder de loep gaat nemen. Het is zijn eerste keer in Zeeland, maar hij weet uit ervaring elders hoe log en traag een transitie als deze gestalte krijgt bij een havenbedrijf als dit. Zijn grondhouding is daarom even bescheiden als optimistisch. Een studio als de zijne zal de fossiele afhankelijkheid van het havenbedrijf niet ineens volledig omgooien, maar hij proeft wel dat in Zeeland de wil om te transformeren groot is.

Namens de Rotterdamse Academie is docent en specialist op het gebied van zorgarchitectuur Andrea Möhn aanwezig om een toelichting te geven op haar zoektocht naar nieuwe zorgtypologieën voor Zeeland. Zeeland vergrijst en krimpt. De zorgbehoefte is daarmee ruim, maar tegelijkertijd is het aantal voorzieningen momenteel gering. Met haar studenten gaat Möhn onderzoeken welke modellen en mogelijke gebouwen er nodig zijn om dit tekort aan te vullen.

Eveneens in Rotterdam gaat Alexander Herrebout, zelf Zeeuw en landschapsarchitect, aan de slag met de studenten om te onderzoeken wat de bijdrage van de tijdelijke bewoners van de vele vakantieparken in de provincie kan zijn aan het leven van de permanente bewoners. Wat kan er gedaan worden met de voorzieningenvoorraad van Zeeland? Hoe kunnen de Zeeuwen en vakantiegangers elkaar versterken?

Domburg by night

‘s Avonds maken de studenten hun opwachting in Kasteel Westhove in de duinen van Domburg. Daar laten ze hun spullen achter om vervolgens te dineren en het Domburgse nachtleven in laagseizoen embedded te onderzoeken. In Domburg blijkt iedere culinaire tocht uiteindelijk te leiden naar café Tramzicht, waar nergens een tram te bespeuren is, maar de tap wel rijkelijk vloeit en een rookmachine een dubieuze uitwerking heeft op longen en het zicht op de, inmiddels met Amsterdamse en Rotterdamse studenten min of meer gevulde, dansvloer. Zo beschouwd is het bewonderenswaardig dat de hele groep zich ‘s ochtends weer tijdig weet te melden aan het ontbijt, alvorens door de duinen richting het strand te stappen voor een korte wandeling.

Een tourbus brengt de studenten naar Vlissingen, waar de Amsterdammers zich afscheiden van de Rotterdammers. Laatstgenoemden maken zich op voor een laatste tour langs een aantal vakantieoorden, terwijl de Amsterdammers zich onder leiding van onderzoeksdocent Merten Nefs met de boot naar Breskens begeven voor een cursus landschap filmen; allemaal een zee aan Zeeuwse kennis rijker, allemaal goed voorbereid op een aantal intensieve maanden ontwerpend onderzoek.

beeld

Neeltje Jans

beeld

Mathieu van Woerkom, verantwoordelijk ambtenaar voor de energietransitie in Zeeland.

beeld

Kasteel Westhove, Domburg

beeld

FUR onderzoeker Thijs van Spaandonk leidt de Rotterdamse studenten door Vlissingen

beeld

CBK-directeur Kathrin Ginsberg ontvangt FUR en introduceert het jaarprogramma 'pop down, melt up'.