about FUR

Future Urban Regions

Het lectoraat Future Urban Regions (FUR) onderzoekt stedelijke (eco)systemen en vernieuwende ontwerpmiddelen voor de bestaande stad. Doel daarbij is het streven naar een gezondere leefomgeving. Gezonde verstedelijking is het samenhangend ontwikkelen van sociaal-culturele, economische en ecologische doelen op de schaal van de regio, stad en straat, met een coalitie van burgers, bedrijven en overheden. Vanuit een veranderend begrip van (ruimte)gebruik worden daarbij ambities geformuleerd die uit zijn op het optimaliseren van de uitwisseling van mensen, kennis en goederen, het verbeteren van de milieuprestatie en het verhogen van de sociaal-culturele aansluiting en kansen voor gebruikers van stedelijke omgevingen. Deze agenda is leidend voor de opgaven van (specifieke vormen van) ontwerpend onderzoek, die in opdracht van lokale en regionale overheden zijn ingebed in het onderwijscurriculum van de zes Nederlandse Academies van Bouwkunst.

Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in stedelijke gebieden. Dit percentage groeit en zal naar verwachting oplopen tot 70 procent in 2050. Dit verstedelijkingsproces van ongekende omvang kan de gezondheid van mens en milieu negatief beïnvloeden. Hierdoor is de vraag naar kritieke behoeften en kansen voor creatieve oplossingen evenzeer toegenomen. FUR veronderstelt dat veel van die effecten door middel van ontwerp kunnen worden aangepakt. De vraag daarbij is wat we ontwerpen, hoe we ontwerpen en met wie we die ontwerpen maken. Om de vraag te beantwoorden hoe ontwerp de gezondheid van stedelijke ecosystemen kan verbeteren, is er dringend behoefte aan onderzoek, ontwerp en implemenatie van oplossingen voor stedelijke uitdagingen. Dit is waar ruimtelijk ontwerp in het algemeen en architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten in het bijzonder, een belangrijke bijdrage kunnen leveren. In die context verandert de maatschappelijke rol van de ontwerper en zijn er deels andere typen vaardigheden vereist. Het is voor de ontwerpdisciplines van belang om snel aansluiting te vinden op de veranderende werkpraktijk.

Academies van Bouwkunst

Het lectoraat Future Urban Regions (FUR) is een samenwerkingsproject van de zes Nederlandse Academies van Bouwkunst en richt zich op het operationaliseren van kennis en modellen die bijdragen aan gezondheid van stedelijke ecosystemen. Doel is om kennis te ontwikkelen die in een later stadium kan worden gerepliceerd op schalen variërend van complexe regionale systemen tot lokale gemeenschappen en buurten. Op deze manier is FUR de uitwerking van het ‘Netwerkprogramma Ontwerpopleidingen’ en vormt daarmee een onderdeel van de actie ‘Verbinden onderzoek, ontwerp en overheid’ uit de Actie Agenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp 2013-2016 (AAARO) van de Rijksoverheid. Het doel van dit netwerkprogramma is om samenwerkingsvormen te realiseren tussen onderwijsinstellingen en de concrete werkpraktijk in de ruimtelijke opgaven van de lokale en regionale overheid. Deze overheden krijgen daarmee direct toegang tot de expertise en creativiteit van jonge ontwerpers en studenten krijgen de kans om gerichte praktijkervaring op te doen.

Drie Pijlers

Het lectoraat vertaalt deze opdracht in drie pijlers onder het onderzoeks- en samenwerkingsprogramma: gezond urbanisme, ontwerpdenken en testomgevingen. Gezond urbanisme staat voor het ontwikkelen van kennis over en productieve strategieën voor gezonde stedelijke (eco)systemen. Ontwerpdenken verwijst naar het in kaart brengen en doorontwikkelen van methoden en technieken van ontwerpend onderzoek, die relevant zijn voor de beroepspraktijk van ruimtelijk ontwerpers. Testomgevingen accomoderen concrete (ruimtelijke) opgaven van lokale en/of regionale overheden waarin de dienstbaarheid aan de productieve strategieën voor gezonde verstedelijking in praktijkvraagstukken wordt verkend middels ontwerpend onderzoek. De testomgevingen zijn vormgegeven als ontwerpstudio’s aan de verschillende academies en dragen bij aan het onderzoek naar productieve strategieën voor gezonde verstedelijking. Binnen de studio’s wordt het stedelijk (eco)systeem centraal gesteld en middels metabolistische analyses vertaald naar ruimtelijke opgaven.

Gezond Urbanisme

Door onderzoeksresultaten van gerenommeerde intergouvernementele en maatschappelijke instellingen, wetenschappelijke instituten en bedrijfsleven te bestuderen, heeft FUR zes majeure uitdagingen voor de stad geformuleerd. De zes thema’s zijn: vitale economie, gezond leven, sociaal-cultureel verbonden, veerkrachtige systemen, materialenbalans en duurzame energie. Deze zes thema’s vormen als geheel en in hun samenhang het onderzoeksmodel 'Gezond Urbanisme' en resulteren in nieuwe vragen voor de ontwerpende disciplines.

Niet alleen de fysieke aanwezigheid van de stad wordt bevraagd, maar steeds vaker is ook de prestatie die de stad als (eco)systeem levert onderwerp van ontwerpvraagstukken. De lezing van de stedelijke processen als levend systeem noemen we stedelijk metabolisme. Stedelijk metabolisme is de studie van de materiaal- en energiestromen die voortvloeien uit de stedelijke sociaal-economische activiteiten en de regionale en wereldwijde biogeochemische processen. Door het realiseren van een meer diepgaand inzicht in de karakterisering van deze stromen en de relaties tussen antropogene stedelijke activiteiten en natuurlijke processen, kunnen ontwerpers de gedragingen van stedelijke productie en consumptiesystemen bepalen.

Ontwerpend Onderzoek

Nieuwe producten vragen op hun beurt om nieuwe processen. Ontwerpend onderzoek kan worden vertaald naar een fundamentele houding binnen onderzoeksvragen. Ontwerpers kijken met een andere blik naar vraagstukken dan bijvoorbeeld wetenschappers. Waar wetenschap zich tot het nu verhoudt door een analyse van in het verleden behaalde resultaten, kunnen ontwerpers een meer speculatieve relatie tot het nu extraheren door verkenningen van een mogelijke toekomst. In de basis kan deze houding worden bestempeld als ‘ontwerpdenken’. FUR ontwikkelt verschillende modellen en methodieken die het proces van informeren, analyseren, synthetiseren en verbeelden van ontwerpen begeleiden.

De inherente complexiteit van stedelijke (eco)systemen maakt van stedelijk metabolisme noodzakelijkerwijs een sterk multidisciplinair onderzoeksdomein, dat aanvullende eisen aan vaardigheden van ontwerpers stelt. Een projectieve benadering van stedelijk metabolisme resulteert in een uitgebreider inzicht in de relatie tussen organisatorische modellen van processen en de formele, fysieke en materieel specifieke kenmerken van ruimtelijke structuren op verschillende schaalniveaus. De gedragingen van metabolistische relaties neigen naar opschaling van lokale, via regionale naar globale schaalniveaus, en resulteren op al deze schaalniveaus in ruimtelijke expressies. Hier wordt een sterke verwevenheid met territoriale transformaties van landgebruik, nederzettingstypologie, operationele infrastructuur en ecologische regimes zichtbaar.

De C3-cube is een model om de complexiteit te beschrijven over drie assen: actoren, schalen en pijlers voor duurzame verstedelijking. De kubus toont dat regionale strategieën lokale ruimtelijke expressies krijgen en vice versa. Ontwerpend onderzoek naar alternatieve, synthetische routes via concepten, modellen, scenario’s en interventies, kan de rol en positie van ontwerp versterken, terwijl tegelijk de hedendaagse discussie over het stedelijk metabolisme wordt verrijkt. Door bestaande ontwerpmiddelen in het proces van ontwerpend onderzoek te verrijken met nieuwe gereedschappen worden binnen de zes thematische onderzoekslijnen voor elk thema afzonderlijk vormen van ontwerpend onderzoek getest vanuit de vraag hoe ontwerp effectief bijdraagt aan een meer humane en ecologisch verantwoorde toekomst.

Opdrachtgeverschap / overheden

Een wezenlijke verschuiving ten opzichte van het klassieke ontwerpproces is de transformatie van het ontwerp als product binnen een autonoom proces, naar het resultaat van een transsectorale en collectieve inspanning. De toepassing van ontwerpdenken in co-creatie benut het synthetiserend vermogen van ontwerpend onderzoek om het procesmanagement van een alliantie van actoren en belanghebbenden te voorzien van een gemeenschappelijk perspectief in samenhang met een ruimtelijke opgave. De kunst is om actoren met een ‘neutrale’ houding ten aanzien van een ruimtelijk idee naar ‘belangstellend’, ‘betrokken’, ‘investerend’ en tenslotte ‘realiserend’ te bewegen (afbeelding). De hypothese is dat elke specifieke stap in dit proces vraagt om een realiserende coalitie van actoren en daarmee om een eigen specifieke set aan gereedschappen van ontwerpend onderzoek dat bij gevolg ook leidt tot een ander type (tussen)resultaat. In deze zeer kennisintensieve processen wordt in multidisciplinaire teams gewerkt aan verschillende doelen en uiteenlopende hypotheses. Dit proces beoogt niet per definitie één eindproduct, maar verkent vaak meerdere mogelijkheden, eindigend in een aangescherpte vraagstelling.

referenties

– ‘Werken aan ontwerpkracht’, ActieAgenda, Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp.
– World Health Organization, UNEP, UN Habitat, UNISDR, ISOCARP, Energy Foundation, NYC health.
– Columbia University, ETH Zürich, Harvard University, MIT, National University of Singapore.
– Arup, IBM, McKinsey&Company, Phillips.
– Prof. John E. Fernández, Massachusetts Institute of Technology, 2015. (www.urbanmetabolism.org)

ERIC FRIJTERS

ERIC FRIJTERS

Lector Future Urban Regions / Academie(s) van Bouwkunst

ef@futureurbanregions.org
0031 (0)6 4608 4744

Eric Frijters (1972) is lector van het lectoraat Future Urban Regions (FUR).

Eric studeerde Cum Laude af aan de Technische Universiteit Eindhoven en studeerde daarna architectuur aan het Karlsruhe Institute of Technology en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn functie als lector is Eric partner bij FABRIC - architectuur, stedenbouw, regionale strategie. Frijters won in 2010 samen met Olv Klijn de Prix de Rome. Een jaar later wordt Frijters verkozen als een van de 40 opkomende Europese architecten onder de 40 jaar oud. Vervolgens werd hij in 2012 genomineerd voor de Iakov Chernikhov International Architecture Prize ‘voor ontwerpers , die in het veld experimenteren met innovatieve architectuur , onderwijs en onderzoek in architectuur en stedenbouw staan’. Frijters is (co)auteur van diverse boeken, waaronder recentelijk ‘Gezonde Verstedelijking’ en ‘A new metabolism for Rotterdam’. Daarnaast publiceerde hij in uiteenlopende tijdschriften.

David Dooghe

David Dooghe studeerde architectuur aan de Sint-Lucas School of Architecture in Gent en stedenbouw aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst en aan de Brandenburgische Technische Universität Cottbus. Hij heeft lesgegeven aan de Sint-Lucas en de Rotterdamse Academie van Bouwkunst. Dooghe is daarbij eigenaar van het onderzoeks- en ontwerpbureau David Dooghe, Urban Designer_Architect en werkt parttime als projectleider bij Vereniging Deltametropool, het netwerk voor metropolitane ontwikkeling in Nederland. Hij promoveert op stedelijke ontwikkeling aan de Universiteit Antwerpen.

Samen met Christopher de Vries is Dooghe verantwoordelijk voor het bureauonderzoek dat wordt uitgevoerd door het lectoraat.

Catja Edens

Catja Edens is architectuurhistoricus. Zij ziet ruimtelijk ontwerp als een breed vakgebied, verbonden met vraagstukken op het gebied van maatschappij, klimaat, mobiliteit, economie en meer. Haar nieuwsgierigheid en haar liefde voor architectuur en architectuurgeschiedenis zijn de belangrijkste drijfveren om telkens weer nieuwe vergezichten te verkennen. Met haar teksten en projecten bouwt zij bruggen tussen vakgemeenschappen onderling, maar ook naar het brede publiek. Daarbij gelooft ze in de kracht van nieuwe combinaties van inhoud en vorm om daarmee analyse, gesprek, reflectie en ontwerp te voeden. Als onderzoeker en auteur werkte zij onder meer aan de Rijksnota (2017-2020) ‘Samenwerken aan Ontwerpkracht’. Zij was gastdocent in de FUR-studio Getijdenrivier aan de RAvB en is gastdocent aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Zij is betrokken bij verschillende architectuurprijzen zoals de Rotterdam Architectuurprijs en Archiprix International en werkt voor een brede groep architectenbureaus en instellingen in Nederland. Ook is zij redacteur van het radioprogramma Architecture City bij het Rotterdamse Operator Radio.

Edens richt zich voor FUR samen met Willemijn Lofvers op het studio-onderzoek dat plaatsvindt in samenwerking met de verschillende Academies van Bouwkunst.

Willemijn Lofvers

Willemijn Lofvers

Onderzoeker Future Urban Regions / Rotterdamse Academie van Bouwkunst

wl@futureurbanregions.org
00 31 (0)6 4826 0911

Willemijn Lofvers is architect, opgeleid aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst en de Willem de Kooningacademie. Lofvers was werkzaam bij De Nijl Archtecten en voerde een eigen praktijk. Onder de naam Lofvers | van Bergen | Kolpa werkte Lofvers tot 2006 aan uiteenlopende, multidisciplinaire opgaven, ondermeer bekroond met de Charlotte Köhlerprijs, een Innovation Award van de IABR en de tweede prijs bij de Prix de Rome voor stedenbouw en landschapsarchitectuur. Sinds 2006 werkt zij als Bureau Lofvers aan zelfstandig geïnitieerde ontwerp- onderzoeksopgaven op het vlak van stedelijke vernieuwing en landschappelijke herstructurering. Sinds 2004 is Lofvers verbonden aan verschillende kenniscentra van de Hogeschool Rotterdam. In die hoedanigheid publiceert en verzorgt zij onderwijs. In 2013 is Lofvers gestart met haar promotie onderzoek aan de TU Delft / Hogeschool Rotterdam naar de rol van eigenaarschap in stedelijke ontwikkeling.

Lofvers is samen met Catja Edens verantwoordelijk voor het studio-onderzoek dat wordt geïnitieerd door het lectoraat.

Matthijs Ponte

Matthijs Ponte is schrijver en journalist. Hij studeerde Cum Laude af in de filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn studie was hij eerst directeur van Perdu, een Amsterdams podium voor poëzie en theorie, en richtte hij vervolgens internationaal literatuurfestival Read my World op. Hij was als initiatiefnemer en hoofdredacteur betrokken bij uitgeverij Bananafish voor ‘vreemd genoeg onvertaalde literatuuur’. Ponte publiceerde een chapbook met poëzie, produceerde en presenteerde een prijswinnende podcast genaamd VersSpreken en schrijft met regelmaat voor verschillende media essays, columns en artikelen op het grensgebied van filosofie, kunst, literatuur en politiek.

Ponte vervult samen met Eric Frijters een coördinerende en organisatorische rol. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de verschillende publieke uitingen, waaronder de podcast van FUR, de blog en het boek met onderzoeksresultaten dat eind 2020 gepubliceerd zal worden.

Thijs van Spaandonk

Thijs van Spaandonk is architect en stedenbouwkundig ontwerper. Hij heeft bouwkunde gestudeerd aan de Technische Universiteit Eindhoven. Zijn bedrijf Bright voor ruimtelijk R&D is onderdeel van de internationaal opererende ontwerpgroep The Cloud Collective. Hij werkt vaak samen met niet-traditionele partijen op het gebied van ruimtelijke ordening. Van Spaandonk heeft lesgegeven aan de Academies van Bouwkunst van Arnhem, Amsterdam, Rotterdam en Tilburg en aan Hong Kong University. Van Spaandonk is intensief betrokken geweest bij internationale samenwerkingsprojecten in Delhi en Beijing.

Van Spaandonk zal samen met Jet van Zwieten het praktijkonderzoek vormgeven.

Christopher de Vries

Christopher de Vries behaalde zijn bachelor Architectuur aan de TU Delft en studeerde af als architect aan de Massachusetts Institute of Technology (MIT). Tijdens zijn studie werkte hij voor West 8 en Jo Coenen Architecten en in de VS bij het New Geographies Lab aan de Harvard GSD en voor Pierre Belanger bij Opsys landscape infrastructure. Tijdens zijn studie startte hij twee onderzoeksplatformen: Urban Emergencies over de langetermijneffecten van wederopbouw na natuurrampen en The European Infrastructure Lab over de territoriale implicaties van transnationale infrastructuren voor urbanisatie in Europa. Voor hij in 2014 met David Rademacher het bureau Rademacher de Vries oprichtte, werkte hij bij ZUS in Rotterdam.

Christopher verzorgt samen met David Dooghe het bureauonderzoek van FUR.

Jet van Zwieten

Jet van Zwieten studeerde in 2009 af aan de Design Academy Eindhoven. Sindsdien werkt ze als onafhankelijk ontwerper aan projecten waarbij de eindgebruiker centraal staat. Naast haar specialisatie in grafisch en redactioneel ontwerp heeft ze zich met ontwerpcollectief Foundation projects toegelegd op interventies in de publieke ruimte. Ook is zij medeoprichter en voormalig creatief directeur van Vechtclub XL, een tijdelijk bedrijfsverzamelgebouw en ontmoetingsplek voor creatieve ondernemers op het voormalige OPG-terrein in Utrecht.

Van Zwieten en Thijs van Spaandonk zullen samen het praktijkonderzoek vormgeven binnen het lectoraat.

Credits

CATALOGTREE (FUR identiteit en webontwerp)
SYSTEMANTICS (webdevelopment)
POPOV FILM Kuba Szutkowski / Dragan Bakema (FUR-film)
RUBEN MAES (gespreksleider FUR-dialogen)
JAAPJAN BERG (notulist FUR-dialogen)

Voormalige onderzoekers

Sandra van Assen, Marco Broekman, Boris Hocks, Marieke Kums, Ady Steketee, Caro van de Venne, Franz Ziegler.