2015-10-16

Verbonden in Parkstad

Krimp en leegstand zijn urgente problemen geworden in de Zuid-Limburgse Parkstad regio. Sinds de mijnsluitingen in 1965 is de regio al zoekende naar een nieuwe economisch fundament. De bevolking is sterk aan het vergrijzen en de werkende bevolking neemt af. De prognoses laten zien dat deze ontwikkeling zal doorzetten.

Bestaan er in langdurig krimpend stadsregio’s ruimtelijke kansen of moet krimp gezien worden als een tussenfase in een regionale dynamiek? Krimpende regio’s hebben in eerste instantie een werkgelegenheidsprobleem. Niet iedereen trekt echter meteen weg, met als belangrijkste reden de sociaal culturele verbondenheid met de streek. Het verenigingsleven, de opleidingen, de zorg, de culturele infrastructuur en de gedeelde geschiedenis (collectieve geheugen) binden mensen aan hun streek.

Architecten en stedenbouwkundigen gebruikten krimp en leegstand om verregaande sloopplannen voor te stellen en om nieuwe groenere stadslandschappen te ontwikkelen. Maar er lag geen reëel economisch model onder en het ontbrak tot nog toe aan maatschappelijk draagvlak voor deze rigoureuze aanpak. Daar was alle reden toe. Slopen van leegstaande gebouwen is tot op heden nog geen succesvol recept gebleken. Het hergebruik van bestaande gebouwen met nieuwe ontwikkelingsstrategieën leiden in Parkstad wel tot verrassende resultaten zoals de herontwikkeling van C-mill en Carbon 6 in het voormalig CBS kantoor. Het bestuderen van deze “best practices” is van belang. Welke stedenbouwkundige en architectonische transformaties dragen bij aan dit succes?

Condities van krimp en leegstand

In deze FUR-studio 2015 was de volgende hypothese het vertrekpunt: Ontwerpen in condities van krimp en leegstand zijn speculaties met verbeeldingskracht. Ze tonen de onvoorziene mogelijkheden, kunnen de opgave om draaien, of herformuleren de vraag die is ontstaan uit krimp en leegstand. De achterliggende vraag was: welke rol kan de ontwerper in deze processen aannemen? Hoe kan kennis van de sociaal culturele verbondenheid een voedingsbodem worden voor ontwerpen en de revitalisering van gebouwen en stedelijke gebieden op gang brengen?

De studio richt zich op de oostzijde van de Heerlense binnenstad waar leegstand van grote complexen een steeds urgenter probleem is. Gebouwen zijn leeg achter gelaten door het ARCUS college en het Amrath Hotel komt ook leeg vanwege faillissement. Deze instituties verloren hun sociaal culturele verbondenheid met deze plek. De buitenruimte tussen de gebouwen is schraal, gefragmenteerd en onaantrekkelijk. Relaties met het hooggewaardeerde landschap en de Caumerbeek zone vormen een belangrijk startpunt en kans voor de herontwikkeling van het gebied. Het vestigingsklimaat kan profiteren van voorbeeld ontwerpen waarbij de relaties tussen de stad en de landschappelijke omgeving sterker op elkaar betrokken worden.

Methode

De methode van ontwerpend onderzoek kenmerkt zich door 4 vaardigheden in te zetten: analyseren, speculeren, testen en ruimtelijk vormgeven. De vaardigheden worden cyclisch toegepast. Na een snelle analyse van de locatie maakte de studenten een speculatieve schets. Daarna werden 3 vragen geformuleerd die aan stakeholders en bewoners in het gebied gesteld werden. De antwoorden werden verwerkt in volgende speculaties. De student destilleert vragen uit een “agenderend ontwerp.” Het vervolgens in kaart brengen van data op het gebied van demografie en sociale infrastructuur levert input op. Het resultaat van de studio bestaat voor de helft uit analyses die de vraagstelling aanscherpen en voor de helft uit speculatieve ontwerpen, die in het verlengde van vraagstelling de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden verkennen. In elk studioproject komen de verschillende schaalniveau’s aan de orde: de schaal van de straat, de stad en de regio. Het (eind)resultaat van de studioprojecten wordt gekoppeld aan het schaalniveaus waarop het duidelijkst resultaat is geboekt.

Sociaal Cultureel verbonden in Parkstad

  1. Channa Mourmans laat in het project voor de transformatie van het voormalig ARCUS college (1960) zien dat dit gebouw zich radicaal beter tot de straat verhoudt als het wordt gesitueerd in een ommuurde tuin. In de tuin valt de typologie van het gebouw op zijn plek en wordt de straatruimte eromheen beter gedefinieerd. Voorstellen voor mogelijke nieuwe functies tonen de flexibiliteit van het gebruik aan. Het project agendeert niet alleen de mogelijkheden van hergebruik, maar toont tevens aan dat de wijze waarop dit gebouw (en wederopbouw gebouwen in het algemeen) zich aan de straat adresseren van cruciaal belang is voor hun toekomstwaarde.

  2. Het project voor de transformatie van een voormalige ziekenhuistoren van Meghan van der Maas is gebaseerd op interviews, die uitwezen dat er een kloof bestaat tussen de doelgroepen ouderen en studenten. Het project simuleert een opgave voor huisvesting van ouderen en studenten in dit gebouw. Recent zijn hiermee in Deventer een succesvol experiment gedaan. Zowel de nieuwe typologie als het herontwerp van de buitenruimte geven aanleiding tot ontmoeting en medegebruik door de verschillende doelgroepen. Voor Heerlen zijn de vestiging van deze twee doelgroepen momenteel het meest kansrijk om krimp in te dammen.

  3. Roel Raeven zet voor de transformatie van het Amrath Hotel sterk in op het verbeteren van het vestigingsklimaat voor studenten. Heerlen heeft reeds een toename aan hbo studenten, maar er is nog een veel grotere groep uit Aachen (D) te huisvesten (43.000 studenten). Heerlen zet in op multimodale OV verbindingen met Aachen en hoopt daarmee dat “grensweerstand” wordt overwonnen. Een grote menging van functies in een gebouw met voorzieningen voor studenten uit de regio is de kans die in dit project zeer aantrekkelijk wordt gepresenteerd.

Conclusie

Ontwerpen is integraal-denken, waarbij de ontwerper het vakmanschap beheerst kennis uit verschillende domeinen met elkaar te verbinden in een ruimtelijk ontwerp. Speculaties met verbeeldingskracht zijn ingezet om hergebruik van gebouwcomplexen In Heerlen in de volle breedte te onderzoeken. De ontwerpen die zijn gemaakt in deze studio zijn slechts in beperkte mate gebaseerd op een “gevonden” behoefte. Echte stakeholders zijn tijdens de studio niet betrokken geweest. Desalniettemin hebben deze ontwerpen waarde als een uitkomst van een gesimuleerd proces en startpunt van de komende zoektocht naar nieuwe gebruikers en initiatiefnemers. De organisatie van IBA Parkstad heeft daarom de resultaten van deze FUR studio 2015 tentoongesteld in het IBA huis en nodigt momenteel daarvoor belanghebbenden en mogelijke partners uit om ter plekke met hen over de toekomst van deze gebouwen te spreken.

Credits

Opleiding Academy of Architecture Maastricht - Zuyd Jaar 2014-2015 Waar: Maastricht, Nederland Onderzoeker Franz Ziegler Studenten… Femke van den Boorn, Thijs Geelen, Meghan van der Maas, Channa Mourmans, Roel Raeven Docenten… Jules Beckers, Peter Defesche Verder betrokken bij het onderwijs… Rik Martens en Bas van der Pol (MAA) Stakeholders: iba Parkstad – Jo Coenen (curator), Thierry Goosens en Roel Meertens (stedenbouwkundige); gemeente Heerlen – Nicole Simons; gemeente Maastricht - Jake Wiersma; World of Walas (conceptontwikkelaar)

beeld

Meghan van der Maas

beeld

Channah Moermans

beeld

Roel Raeven